![]() |
KoopsompolissenU bent vrije beroeper en overweegt uw praktijk te verkopenAls vrije beroeper stopt u eigenlijk nooit met het uitoefenen van uw beroep. Toch komt er een moment om te starten met andere dingen, de zogenaamde tweede carrière. De verkoop van uw praktijk staat voor de deur. De overdracht van de cliënten aan uw opvolger (goodwill), de verkoop van de inventaris en eventueel het praktijkpand zorgen ervoor dat u een behoorlijke fiscale winst realiseert. Het direct afrekenen met de fiscus behoort tot de mogelijkheden, maar is over het algemeen niet aantrekkelijk. Een aantal fiscale faciliteiten zorgt ervoor dat u niet direct hoeft af te rekenen maar een adequate pensioenvoorziening kunt treffen. Met andere woorden de financiële en fiscale planning van uw toekomst staat voor de deur. De jarenlang opgebouwde goodwill kan nu zorgen voor een goede pensioenvoorziening.Naast de verplichte beroepspensioenregeling heeft u wellicht in het verleden reeds reserveringen in de fiscale sfeer getroffen (bijvoorbeeld de opbouw van een fiscale oudedagsreserve of lijfrenteverzekeringen, in privé gesloten middels koopsomstorting en/of premiebetaling). Met deze reserveringen zult u eveneens iets moeten onder-nemen. Een integratie van uw lijfrentevoorzieningen in één regeling is dan de meest voor de hand liggende oplossing. Administratief is dat simpeler, en heeft met name het voordeel dat er met samengevoegde bedragen betere “deals” te maken zijn in de markt. Een marktonderzoek in deze en met name ook naar de rendementen die op de voorzieningen worden behaald behoort, evenals de administratieve afwikkeling, tot het takenpakket van MedFinD. Het lijfrente-onderzoek Voor ondernemers, vrije beroepers en particulieren is een nieuwe dienst ontwikkeld om te zorgen dat zij de beste rendementen krijgen op lijfrente- (koopsom)polissen die in het verleden zijn afgesloten. Een objectief en onafhankelijk onderzoek wordt door ons gedaan met het oogmerk voor u als cliënt de beste aanbieding binnen de bestaande situatie te verkrijgen. Uit een onderzoek dat wij onlangs hebben gehouden bleek dat de verschillen tussen de aanbieders in lijfrente-uitkeringen wel kunnen oplopen tot meer dan 15%. Lijfrente informatieInleidingOnderscheid dient er te worden gemaakt ten aanzien van de mogelijkheden voor de aankoop van een lijfrente tussen polissen die zijn gesloten voor het jaar 1992 (het zogenaamde oude-regime) en polissen die na deze datum zijn gesloten. Voor premiebetalende lijfrenteverzekering is het “oude regime” reeds beëindigd op 16 oktober 1990. Polissen gesloten onder het oude regime voor 1992 De aanwending van de gelden voor deze polissen is behoorlijk vrij. Zo mag het opgebouwde kapitaal worden aangewend voor een lijfrente met een levenslange duur, een tijdelijke duur van bijvoorbeeld 3 a 4 jaar of een combinatie hiervan. Voor tijdelijke korte duren is vereist dat wordt voldaan aan het 1%-sterfte-criterium. Daarnaast kunnen bij deze polissen de kinderen als begunstigden worden aangewezen. Dit kan aantrekkelijk zijn indien zij in een lager belastingtarief vallen. De overdracht is alleen effectief indien de kinderen meerderjarig zijn. Immers indien zij minderjarig zijn worden de inkomsten van uw kind bij uw inkomen opgeteld. Polissen gesloten onder het nieuwe regime na 1992 Vanaf 1992 worden de mogelijkheden voor de aankoop van lijfrenten beperkter. Voor de aanwending van de koopsommen dient u te kiezen uit de navolgende vormen: 1. oudedagslijfrente 2. nabestaandenlijfrente 3. overbruggingslijfrente 4. tijdelijke oudedagslijfrente Deze lijfrentevormen mogen ook in combinatie worden gesloten.Vanaf 2001 zijn de voorwaarden van verschillende vormen nog iets verder aangescherpt, maar de vormen op zich blijven gelijk. Omschrijving van de lijfrentevormen OudedagslijfrenteDe oudedagslijfrente moet toekomen aan u, als verzekeringnemer/belastingplichtige, en uiterlijk ingaan in het jaar dat u de leeftijd van 70 jaar bereikt en mag uitsluitend eindigen bij uw overlijden. De lijfrente mag ingaan op elk willekeurig moment mits dit ligt vóór dat u de 70-jarige leeftijd heeft bereikt. Bij een oudedagslijfrente moeten de verzekeringsnemer, verzekerde en begunstigde dezelfde persoon zijn. Wel is overgang op de partner mogelijk; de lijfrente mag afnemen tot ten hoogste 70% van de oorspronkelijke uitkering wanneer de (gewezen) partner komt te overlijden. Nabestaandenlijfrente De nabestaandenlijfrente moet toekomen aan een natuurlijk persoon en direct ingaan bij overlijden van uzelf of van uw (gewezen) partner. Naar de mening van de Staatssecretaris van Financiën is een uitgestelde ingangsdatum alleen mogelijk als de nabestaande recht heeft op een ANW-uitkering. Op het moment dat de ANW-uitkering eindigt dient de nabestaandenlijfrente in te gaan. Een nabestaandenuitkering kan tijdelijk of levenslang zijn. Volgens de jurisprudentie is het noodzakelijk dat er een overlijdensrisico is van ongeveer 1 %. In de wet is opgenomen dat deze overlijdenskans niet van belang is bij een tijdelijke nabestaandenuitkering aan de kinderen jonger dan 30 jaar. Overbruggingslijfrente Bij een overbruggingslijfrente moeten de verzekeringnemer, verzekerde en begunstig-de dezelfde persoon zijn. De lijfrentetermijnen mogen eindigen op 65-jarige leeftijd of in het jaar waarin u met pensioen gaat. Voor vrije beroepers zal dit veelal de 65-jarige leeftijd betekenen. Immers een eerdere pensioendatum is hier veelal niet aan te orde. De overbruggingslijfrente mag op elk gewenst moment ingaan, mits aan de overlijdenskans van 1% wordt voldaan. Tevens mag de lijfrente per jaar niet hoger zijn dan € 63.288,- (2010). De maximale uitkering wordt jaarlijks geïndexeerd. Wanneer u meerdere overbruggingslijfrentes heeft afgesloten geldt het maximum voor alle uitkeringen tezamen. Ook bij overbruggingslijfrenten in combinatie met nabestaandenlijfrente is een afname naar 70% bij overlijden van de partner mogelijk. De overbruggingslijfrente is per 1 januari 2006 afgeschaft. Dit in het kader van het later met pensioen gaan. Tijdelijke oudedagslijfrente Ook hier geldt dat verzekeringsnemer, verzekerde en begunstigde dezelfde persoon moeten zijn. De maximale uitkering mag jaarlijks € 20.497,- (2010) bedragen. De uitkering wordt jaarlijks geïndexeerd. De minimale looptijd moet vijf jaar zijn. Deze lijfrente mag niet eerder ingaan dan in het jaar waarin de verzekeringnemer 65 wordt, dan wel bij eerdere pensionering, en mag niet later ingaan dan in het jaar waarin de verzekeringnemer 70 jaar wordt. Een terugval bij overlijden naar 70% voor een nabestaandenlijfrente is toegestaan. Schematische weergave toegestane lijfrenten
Klik hier om het bijbehorende formulier in PDF formaat te downloaden. |